Kerk in Welsum
De kerk van Welsum kent een lange geschiedenis die teruggaat tot de middeleeuwen. Vanaf de bouw van de toren in 1475 tot de stichting van de Hervormde gemeente in 1828 en de latere uitbreidingen, bleef de kerk een belangrijk centrum in het dorp.
De kerk van Welsum kent een lange geschiedenis die teruggaat tot de middeleeuwen. Vanaf de bouw van de toren in 1475 tot de stichting van de Hervormde gemeente in 1828 en de latere uitbreidingen, bleef de kerk een belangrijk centrum in het dorp.
Tekst:
De geschiedenis van de kerk in Welsum gaat terug tot de middeleeuwen. In 1475 werd een rooms-katholieke toren gebouwd die later met de kerkzaal één geheel zou vormen. Aan de westkant verrees een houten kapel, die rond 1730 afbrandde. De toren bleef behouden en kreeg in 1782 een zadeldak, zoals te zien is op een pentekening van Abraham de Haen (II).
Een belangrijk keerpunt volgde rond 1828, …
De kerk van Welsum kent een lange geschiedenis die teruggaat tot de middeleeuwen. Vanaf de bouw van de toren in 1475 tot de stichting van de Hervormde gemeente in 1828 en de latere uitbreidingen, bleef de kerk een belangrijk centrum in het dorp.
Tekst:
De geschiedenis van de kerk in Welsum gaat terug tot de middeleeuwen. In 1475 werd een rooms-katholieke toren gebouwd die later met de kerkzaal één geheel zou vormen. Aan de westkant verrees een houten kapel, die rond 1730 afbrandde. De toren bleef behouden en kreeg in 1782 een zadeldak, zoals te zien is op een pentekening van Abraham de Haen (II).
Een belangrijk keerpunt volgde rond 1828, toen de Hervormde kerkleden in Welsum toestemming kregen een eigen gemeente te stichten en niet langer naar Olst hoefden te kerken. Dit besluit werd mede genomen nadat een veerpont op de IJssel, die de Welsummers op zondagen gebruikten, was omgeslagen. Vier boerenkerkleden lieten hun initialen na in de noordelijke muur, bij de eerste steen van de nieuwe stenen kerk die naast de toren werd gebouwd.
De kerk was in 1830 gereed. Op 10 februari van dat jaar werd de eerste kerkenraad ingesteld onder leiding van dominee Eilerts de Haan uit Olst. Als ouderlingen werden Hendrik Voorhorst en Albert Logtenberg gekozen, en als diakenen Evert Voorhorst en Hendrik Willem Bredenoord. De eerste predikant was Louis Vroom, die op 30 januari 1830 zijn intrede deed.
Oorspronkelijk telde de kerk 250 zitplaatsen, later teruggebracht tot circa 160 vanwege bevolkingsafname. Bij hoogtijdagen kan het aantal weer tot ruim 200 worden uitgebreid. Aan de zuidzijde van de kerk bevindt zich een oud cachot waar de veldwachter gevangenen opsloot, terwijl aan de noordzijde het kleine consistoriekamertje lag. Omdat dit te krap was, werd later aan de oostzijde een nieuwe consistorie gebouwd.
De oorspronkelijke preekstoel werd vervangen door een preekstoel uit circa 1700, afkomstig uit de afgebroken Hervormde kerk van Veenhuizen. Deze kreeg een roos-bruine tint en paste beter in het oud-Hollandse interieur. De banken maakten plaats voor rieten stoelen. Voor de preekstoel staan een avondmaalstafel en een romaans doopvont. De oude potkachel werd vervangen door centrale verwarming.
Op 9 september 1866 werd het orgel in gebruik genomen. Het werd geschonken door Angenita Logtenberg en gebouwd door Pieter Maarschalkerweerd en Zoon uit Utrecht, in romantische stijl. Het orgel, van linden- of grenenhout, staat op een balkon aan de westwand. De kast is versierd met een Davidsharp en houten engelfiguren. Omstreeks 1960 kreeg het orgel een nieuw voetklavier en werd het mechaniek hersteld. In 2000 werd een restauratie uitgevoerd door orgelmaker Gebr. van Vulpen B.V. uit Utrecht, op basis van een goedgekeurd plan van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg.